Meer informatie over Prunus avium 'Schneider's Späte Knorpelkirsche' (Kersenboom)
Prunus avium ‘Schneider’s Späte Knorpelkirsche’ is een prachtige fruitboom die in het voorjaar uitbundig bloeit met witte bloesems die bijen, hommels en vlinders aantrekken. Later volgen de glanzende, donkerrode vruchten – sappige kersen met een rijke smaak. Hij geeft niet alleen heerlijke vruchten, maar ook sierwaarde door zijn elegante vorm en frisgroene bladeren die in de herfst warm verkleuren. Deze kersenboom past mooi in een siertuin of fruittuin en combineert goed met bijvoorbeeld appel- of perenbomen. Hij is goed winterhard en verdraagt onze Vlaamse winters zonder problemen.
Standplaats
De Prunus avium ‘Schneider’s Späte Knorpelkirsche’ voelt zich het best thuis op een zonnige plek, waar hij minstens enkele uren volle zon krijgt. Vermijd echter langdurige felle middagzon op droge, lichte gronden – dat kan bladverbranding geven. Een luchtige, vruchtbare bodem met voldoende humus is ideaal. Meng bij zware kleigrond wat compost of zand om de wortels lucht te geven, want te natte grond daar houdt hij niet van. Een goed doorlatende grond helpt hem sterk en gezond te groeien.
Plantafstand
Bij het planten van een kersenboom is ruimte rond de stam belangrijk zodat zijn kroon zich mooi kan ontwikkelen. Geef hem dus voldoende plaats om licht en lucht te krijgen – zo blijven bladeren en vruchten gezond en rijpen ze beter. Een ruime afstand zorgt er bovendien voor dat snoeien en plukken later gemakkelijk blijft.
Waterbehoefte
Een jonge kersenboom heeft in de eerste twee jaar na aanplant extra water nodig om goed te wortelen. Geef hem regelmatig water, zeker tijdens warme of droge periodes, maar vermijd dat de grond drassig blijft. De bodem mag licht vochtig aanvoelen, niet nat. Eens hij goed is aangeslagen, kan hij beter tegen korte droogteperiodes, al waardeert hij altijd een diepe gietbeurt bij langdurig warm weer.
Onderhoud & Snoeien
Verwijder kruisende takken en geef de boom wat lucht in het hart van de kroon. In het voorjaar mag hij wat organische meststof krijgen; dat bevordert nieuwe groei en een rijke bloei zonder dat hij te hard opschiet.
Plant-tips
Maak voor het planten een ruim plantgat en meng wat compost of bodemverbeteraar door de uitgegraven aarde. Dat helpt de wortels snel hun weg te vinden in de nieuwe grond. Druk de aarde stevig aan zodat er geen luchtgaten blijven en geef meteen water na het planten. Een laagje mulch of boomschors rond de stam houdt vocht vast, remt onkruidgroei af en beschermt zijn wortels tegen uitdroging in warme zomers.








