Meer informatie over Prunus avium 'Schneider's Späte Knorpelkirsche' (Kersenboom)
De kersenboom is een grote, bladverliezende fruitboom met een krachtige groei en een brede, halfopen kroon. Hij past vooral in een middelgrote tot grote fruittuin, boomgaard of ruime tuin waar de kroon vrij kan uitgroeien. Prunus avium ‘Schneider’s Späte Knorpelkirsche’ vormt stevige gesteltakken en grote groene bladeren. De kroon ontwikkelt zich breed eirond tot ovaal en kan met de jaren licht grillig worden. In de herfst verkleurt het blad geel tot bruingeel voordat het afvalt. Tijdens de wintermaanden blijft de brede takkenstructuur zichtbaar.
In de lente verschijnen talrijke witte bloemen die bijen en andere bestuivende insecten aantrekken. De kersenboom is niet zelfbestuivend. Voor een goede vruchtzetting is daarom een ander zoet kersenras met overlappende bloei nodig. Prunus avium ‘Schneider’s Späte Knorpelkirsche’ vormt grote tot zeer grote kersen die donkerrood tot bruinrood kleuren. Het vruchtvlees blijft vrij stevig en is tegelijk sappig en zoet. Dat stevige vruchtvlees verklaart de benaming knapkers. De vruchten zijn vooral geschikt om rechtstreeks van de boom te eten.
De kersenboom is goed winterhard tot ongeveer -20 °C en past daardoor goed bij het Vlaamse klimaat. Prunus avium ‘Schneider’s Späte Knorpelkirsche’ verdraagt na het aanslaan tijdelijke droogte redelijk. De boom vraagt weinig snoei en behoudt het best zijn natuurlijke kroonvorm. Snoei alleen wanneer takken verkeerd groeien of de kroon te dicht wordt en doe dit bij voorkeur tijdens droog zomerweer. Verder op deze pagina worden enkele goede combinaties met andere fruitplanten voorgesteld.
Onderhoud – Snoeien
Snoei Prunus avium ‘Schneider’s Späte Knorpelkirsche’ beperkt en bij voorkeur in de zomer, tijdens of kort na de oogst. Verwijder dode, beschadigde, kruisende en naar binnen groeiende takken. Houd de kroon voldoende open, maar vermijd zware snoei en grote wonden. Jonge bomen worden vooral gevormd tot een evenwichtige kroon. Bij oudere bomen volstaat meestal een lichte onderhoudssnoei.
Verzorging
De kersenboom is doorgaans sterk, maar kan last krijgen van bladluizen, rupsen, kersenvlieg en vogels die rijpe vruchten eten. Ook bacteriekanker, loodglans en bruinrot kunnen voorkomen. Controleer blad, takken en vruchten geregeld en verwijder aangetaste delen tijdens droog weer. Geef in het voorjaar indien nodig een organische meststof voor fruitbomen volgens de aanbevolen dosering. Winterbescherming is normaal niet nodig.
Tips voor aanplanten
Graaf een ruim plantgat en maak de grond ook in de diepte goed los, zodat nieuwe wortels gemakkelijk in losse aarde kunnen groeien. Meng compost of bodemverbeteraar door de uitgegraven grond. Zet de bovenkant van de kluit gelijk met het grondniveau, vul aan met verbeterde aarde en druk voorzichtig vast. Geef water bij droog weer en werk af met een laagje mulch of boomschors. Plant een boom steeds met minimum 1 boompaal. Dit is ook belangrijk voor de groeigarantie! Meer info vind je in ons artikel: Hoe een boom planten?
Veel gestelde vragen
Is Prunus avium ‘Schneider’s Späte Knorpelkirsche’ zelfbestuivend?
Nee. De kersenboom heeft voor een goede vruchtzetting stuifmeel nodig van een geschikt ander kersenras dat ongeveer tegelijkertijd bloeit. ‘Burlat’ is een geschikte bestuiver. Ook ‘Bigarreau Napoléon’ en ‘Early Rivers’ kunnen voor kruisbestuiving zorgen. Zonder passende bestuiver kan de boom rijk bloeien maar toch weinig of geen kersen produceren.
Hoe smaken de vruchten van Prunus avium ‘Schneider’s Späte Knorpelkirsche’?
De grote kersen hebben een aangenaam zoete smaak en sappig maar vrij stevig vruchtvlees. Hierdoor hebben ze een duidelijke beet en worden ze als knapkers gewaardeerd. De vruchten zijn bijzonder geschikt om vers te eten. De combinatie van groot formaat, stevigheid en zoete smaak is een van de belangrijkste kenmerken van dit oude kersenras.
Is Prunus avium ‘Schneider’s Späte Knorpelkirsche’ geschikt voor kleine tuinen?
Als vrij uitgroeiende boom is dit ras minder geschikt voor een echt kleine tuin. Op een krachtige onderstam kan de kersenboom ongeveer 6 tot 8 m hoog worden en een kroon van ongeveer 6 tot 8 m breed ontwikkelen. Een kleinere kweekvorm op een zwakker groeiende onderstam blijft compacter en kan daardoor beter passen waar minder ruimte beschikbaar is.
Waarom wordt ‘Schneider’s Späte Knorpelkirsche’ een knapkers genoemd?
Deze kersenboom behoort tot de zogenaamde knapkersen omdat de vruchten stevig, sappig en knapperig vruchtvlees hebben. Dat geeft de kersen een duidelijke beet, ook wanneer ze volledig rijp zijn. Juist die vaste vruchtstructuur, gecombineerd met de zoete smaak en het grote formaat, is een kenmerkende eigenschap van ‘Schneider’s Späte Knorpelkirsche’.
Waar komt Prunus avium ‘Schneider’s Späte Knorpelkirsche’ vandaan?
Het ras werd gevonden in de omgeving van Guben in Duitsland en behoort tot de oude Europese zoete kersenrassen. De cultivar werd gewaardeerd om zijn zeer grote, stevige en zoete vruchten. Hij wordt soms verward met ‘Hedelfinger Riesenkirsche’, maar de vruchten van deze variëteit zijn doorgaans groter en hebben vaak een klein puntje.
Goede combinaties met Prunus avium ‘Schneider’s Späte Knorpelkirsche’
- Prunus avium ‘Burlat’ – Geschikte bestuiver met vroegere kersenoogst.
- Prunus avium ‘Bigarreau Napoléon’ – Geschikte bestuiver met geelrode kersen.
- Prunus avium ‘Early Rivers’ – Vroege kers die kruisbestuiving ondersteunt.
- Prunus domestica ‘Reine Claude d’Oullins’ – Geeft zoete pruimen later in zomer.
- Malus domestica ‘Elstar’ – Voorjaarsbloei en appels in de herfst.
Deze fruitbomen combineren een zonnige standplaats met verschillende bloei- en oogstmomenten en zorgen samen voor een gevarieerde fruittuin.








